U bent hier

Glaucoomoperatie of Trabeculectomie

Wanneer glaucoom operatie

De oogarts heeft u een glaucoomoperatie voorgesteld. Deze operatie wordt uitgevoerd wanneer de oogdruk te hoog blijft ondanks oogdruppels en/of een laserbehandeling, of omdat de behandeling met oogdruppels teveel nevenwerkingen veroorzaakt. Als de oogdruk te hoog blijft ontstaat bijkomende schade, die met geen enkele behandeling kan worden genezen, en in het ergste geval tot blindheid leidt. Enkel wat van het zicht nog overblijft kan worden gered door de druk te verlagen. Deze operatie zal uw zicht dus niet verbeteren, ze is bedoeld om het zicht te behouden dat u nog hebt.

Voorafgaand aan de operatie

  • Bloedverdunners moeten tijdig gestopt worden vóór de operatie, om het risico op bloedingen zo klein mogelijk te houden
  • De glaucoomdruppels worden meestal doorgebruikt tot de dag van de operatie.
  • Soms worden tijdelijk Diamox tabletten bijgegeven.
  • Start tobradex 4x/dag vanaf 3 dagen voor de operatie, enkel aan het oog dat geopereerd wordt

De operatie

De operatie gebeurt onder Algemene verdoving, tijdens een daghospitalisatie. Onder het bovenooglid, op de grens van het oogwit en het regenboogvlies (de iris), wordt een klein afvoerkanaaltje gemaakt. Hierdoor kan het vocht in het oog (kamerwater) gemakkelijker weg en daalt de druk in het oog. Er worden hechtingen geplaatst die nadien meestal verwijderd moeten worden.

Ongemakken en risico’s

  • Door de verdoving zult u tijdelijk niets zien. De verdoving is meestal binnen 1 dag uitgewerkt.
  • Zwak zicht en lichtschuwheid de eerste weken na de operatie, door de druppels atropine en door drukschommelingen.
  • Vertroebeling van de lens (cataract), kan ontstaan of verergeren. Met een operatie wordt de troebele lens verwijderd door een nieuwe lens. Indien u al geopereerd bent van cataract kan u dit niet meer voorhebben.
  • Te hoge en te lage oogdruk. Na de operatie begint het genezingsproces, dat door littekenvorming het afvoerkanaaltje verstevigt. Als de littekenvorming te zwak is, is de oogdruk te laag, waardoor het zicht tijdelijk zeer zwak kan zijn. Als de oogdruk lange tijd te laag is kan de ooglens troebel worden (cataract) of kan het netvlies aangetast worden. Om dit te voorkomen kan het nodig zijn het kanaaltje nauwer te maken. Meestal is de littekenvorming te sterk, waardoor het afvoerkanaaltje terug kan dichtgroeien, en de druk terug kan stijgen. Omdat de littekenvorming in de eerste weken na de operatie meestal zeer belangrijk is, moet er in die periode regelmatig gecontroleerd worden of het afvoerkanaaltje voldoende openblijft. Bij 1/3 is het nodig wat littekenweefsel weg te nemen en medicatie in te spuiten die littekenvorming afremt. Dit gaat zeer snel, maar gebeurt om veiligheidsredenen onder de operatiemicroscoop.

Bij ongeveer 30% van de gevallen raakt het kanaaltje toch (gedeeltelijk) verstopt ondanks de oogdruppels, inspuitingen en herhaalde verwijdering van littekenweefsel. In dat geval moeten opnieuw oogdruk verlagende druppels worden opgestart. Bij ongeveer 10% stijgt de druk op termijn toch terug zodanig dat een 2e kanaaltje moet gemaakt worden.

- infectie. Het risico op een infectie is klein maar blijft ook na vele jaren nog bestaan. Om een infectie te vermijden is het belangrijk onmiddellijk antibiotische oogdruppels te starten als er etter in het oog is. Neem steeds een flesje chloramphenicol mee als u op reis gaat naar gebieden waar een oogarts moeilijk te bereiken is. Bij een dichtgeplakt oog moet u onmiddellijk starten met de druppels, 4x/dag, en een oogarts opzoeken.

- een bloeding aan de binnenzijde van het oog is de meest gevreesde verwikkeling. Om het risico hierop zo laag mogelijk te houden is het noodzakelijk medicaties die de bloedstolling vertragen tijdig te stoppen. Het is ook uiterst belangrijk na de operatie gedurende 1 week niet in het oog te duwen of te wrijven, niet te bukken of te persen (ook niet op het toilet) en geen zware dingen op te heffen.

- Het dragen van contactlenzen is soms niet meer mogelijk na de operatie. Soms moet de brilsterkte enige tijd na de operatie worden aangepast.

Nazorg:

  • de oogdruppels zijn erg belangrijk:
    • tobradex 4x en atropine 2x aan het geopereerde oog
    • de glaucoomdruppels worden gestopt aan het geopereerde oog
    • de glaucoomdruppels verder gebruiken aan het andere oog !
  • draag ’s nachts de oogschelp, om uzelf in uw slaap niet te kwetsen (1 week)
  • douchen mag, als er geen zeep in de ogen komt. Ga echter niet zwemmen gedurende 6 weken na de operatie
  • Het is uiterst belangrijk na de operatie gedurende 1 week niet in het oog te duwen of te wrijven, niet te bukken of te persen (ook niet op het toilet) en geen zware dingen op te heffen.